Update 31 december 2020: Het OMT adviseert om kinderen onder de 12 jaar ook te testen bij klachten. Het OMT geeft dit advies na de vondst van de Britse variant van het Coronavirus. Het kabinet neemt dit advies over. Over de praktische uitwerking volgt de komende week meer informatie.

Verschillende testen kunnen laten zien of u corona heeft. De overheid gebruikt PCR-testen en 2 soorten sneltesten. Door sneltesten worden de wachttijden korter en weten mensen sneller de uitslag. De overheid gaat daarom deze sneltesten zoveel mogelijk inzetten naast de moleculaire PCR-test. Niet alle testen zijn voor iedereen geschikt.

Verschillen tussen PCR-testen en sneltesten

PCR-test: nauwkeurig, maar kost meer tijd
PCR staat voor Polymerase Chain Reaction. Bij zo’n test wordt er met een wattenstaafje keel- en neusslijm afgenomen en naar een laboratorium gestuurd. Het laboratorium onderzoekt of genetisch materiaal van het coronavirus in het slijm aanwezig is. De PCR is een heel nauwkeurige test, maar het duurt langer tot de uitslag er is.

Sneltest: snel, maar soms minder gevoelig
‘Sneltest’ is een verzamelnaam voor testen die op een andere manier testen op corona en sneller een uitslag hebben. Sommige testen zijn iets minder gevoelig dan de reguliere PCR-testen. De overheid test op dit moment met de volgende sneltesten:

  •  LAMP-test. (Loop mediAted isotherMal amPlification): deze test is ook een PCR-test, maar hij heeft minder tussenstappen dan de reguliere PCR-test. De test kan daardoor sneller een uitslag geven. Deze test is net zo gevoelig als de reguliere PCR-test.
  • Antigeen sneltest. Dit is een test die aantoont of er viruseiwitten in neus- en keelslijm zitten. Ook deze test kan snel een uitslag geven. De test is minder gevoelig dan de PCR- of de LAMP test, daarom wordt nog onderzocht of deze test ook gebruikt kan worden voor mensen zonder klachten;

Op de langere termijn komen daar misschien andere testen bij. Zoals de ademtest, die via de adem kan aantonen dat iemand het virus niet heeft.

Voordelen van sneltesten

Sneltesten kunnen helpen het coronavirus beter te bestrijden en het maatschappelijk en economisch verkeer beter op gang te houden. De sneltesten:

  • verlagen de wachttijden voor de teststraten;
  • verhogen de snelheid van de testuitslag;
  • vergroten het testbereik en de bereidheid van mensen om zich te laten testen.

Sneltest als aanvulling op reguliere PCR-testen

De sneltesten worden alleen ingezet als dit snel, veilig en betrouwbaar kan. En als de testuitslagen genoeg zekerheid geven. Dit kan soms betekenen dat er na de testuitslag van een antigeen sneltest, alsnog een PCR-test nodig is. Dat is om zeker te weten dat iemand niet besmet is. Bijvoorbeeld voor mensen die in de zorg werken of zich met ernstige klachten bij een huisarts melden.

Testen van mensen zonder klachten altijd met een PCR-test of LAMP-test

Mensen die zelf geen klachten hebben, maar wel risico hebben gelopen op een besmetting, kunnen zich vanaf 1 december ook laten testen op corona. Dat kan vanaf de 5e dag na het risicovolle contact. Voor deze mensen is het belangrijk om een zo gevoelig mogelijke test te gebruiken. Want als je geen klachten, of nog maar kort klachten hebt, dan draag je meestal minder virusdeeltjes bij je. Totdat duidelijk is of antigeentesten bij deze groep gevoelig genoeg zijn, gebruikt de GGD bij deze mensen altijd een LAMP-test of een PCR-test.

Extra testlocaties voor sneltesten

Samen met de GGD’en en VNO-NCW richt de overheid sneltestlocaties in om op grote schaal sneltesten af te nemen. Ook komen er (X)L-teststraten voor sneltesten én PCR-testen. Voor het inrichten van testlocaties gelden strenge eisen. Zoals goed opgeleid personeel, medisch toezicht, gebruik van  persoonlijke beschermingsmiddelen en veilig gebruik van persoonsgegevens.

Eerst betrouwbaarheid sneltesten controleren

De Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit (LCT) en het RIVM zoeken uit hoe betrouwbaar de testen zijn. En zij beoordelen of de testen door de overheid ingezet kunnen worden. Afhankelijk van de uitkomsten beslist de overheid hoe de testen gebruikt worden en voor wie.

Toezicht op andere aanbieders van coronatesten

Er zijn ook organisaties die zelf hun personeel testen op corona. Ook zijn er private aanbieders van PCR-tests of antigeen sneltesten. Voor deze organisaties heeft de overheid alle uitgangspunten voor testen op een rij gezet. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op de kwaliteit van deze aanbieders. De IGJ kan ingrijpen als testen niet volgens wet- en regelgeving op de markt zijn gekomen of worden toegepast.

Zelftesten: nog niet geschikt

Een zelftest kunnen mensen zelf thuis laten afnemen en lezen. Er zijn nu nog geen geschikte zelftests voor corona. De kans is klein dat deze op korte termijn te koop zijn voor consumenten. De wettelijke procedures om dit mogelijk te maken zijn lang. Dat is vanwege strenge toelatingseisen. Als een coronatest zonder tussenkomst van een zorgprofessional wordt afgenomen, dan zijn zowel de aanbieder als de afnemer in overtreding.

Testen op antistoffen in het bloed (serologische testen)

Er zijn steeds meer commerciële partijen die serologische testen aanbieden. Deze serologische testen tonen aan of iemand antistoffen in het bloed heeft. Hiervoor wordt bloed afgenomen. Antistoffen zijn een teken dat iemand het virus heeft gehad. Een serologische test wordt nu nog alleen gebruikt voor onderzoek om te ontdekken of mensen in Nederland afweer opbouwen tegen het virus. Een serologische test is niet geschikt om vast te stellen of u op dat moment met het virus besmet bent.

De aanmaak van antistoffen gebeurt relatief laat na besmetting. Daardoor zijn de testen pas 2 tot 3 weken nadat iemand klachten krijgt inzetbaar. Serologische testen laten zien dat iemand besmet is geweest met het virus, maar niet dat iemand besmettelijk is. Daarom zijn serologische testen niet geschikt om een actuele besmetting vast te stellen.

Testen op immuniteit voor corona

Testen op immuniteit is geen onderdeel van de reguliere gezondheidszorg. Het is ook nog niet wetenschappelijk bewezen of mensen die antistoffen hebben, het virus niet meer kunnen krijgen. En dat ze niet meer ziek kunnen worden. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat mensen met milde klachten minder antistoffen aanmaken. En ook niet (helemaal) beschermd zijn tegen het coronavirus. Of dat de antistoffen snel weer uit het lichaam verdwijnen.